Techniek

Fundering

In Prinses Amaliawindpark is gekozen voor een monopalenfundering. De monopaal is een stalen buis van 320 ton, heeft een diameter van circa 4 meter en is ongeveer 50 meter lang. Als de weersomstandigheden gunstig zijn worden er drie monopalen en drie transitiestukken op de Jumping Jack geladen en naar zee gesleept. De Jumping Jack is een soort hefeiland dat zichzelf met behulp van vier poten fixeert op de zeebodem en zich vervolgens volledig uit het water kan tillen. Daardoor ontstaat een stabiel werkeiland van 100 bij 30 meter van waaruit de installatiewerkzaamheden plaats kunnen vinden.

De Jumping Jack, met een kraancapaciteit van 1200 ton, heit op zee de funderingen in de zeebodem. Bij aanvang van dit proces wordt de monopaal horizontaal uitgeladen door de kraan en verticaal op de zeebodem geplaatst. Een speciale grijper zorgt er voor dat de monopaal waterpas gepositioneerd wordt voordat het heiwerk kan beginnen. De monopaal wordt in ongeveer twee uur circa dertig meter de grond in geheid.

Vervolgens wordt om de monopaal een zogenaamde J-buis geschoven. De J-buis geleidt de kabels vanuit de windturbine naar de bodem. Het laatste onderdeel van de fundering is het transitiestuk. Dit is de verbinding tussen de monopaal en de toren. Het transitiestuk wordt op de monopaal vastgezet met een cementachtige substantie, die 'grout' genoemd wordt.